maandag 30 juni 2014

Het huis schrijft mee

In deze serie blogs schrijf ik over de achtergrond van de verschillende Wonder-word cursussen. Deze blog gaat over de meditatieve schrijfweek VAN TOP TOT TEEN in Zuid Frankrijk. Dit jaar geef ik deze cursus voor de derde keer.




Met mijn fietssleuteltje in mijn hand, sta ik bij de fietsenstalling van Utrecht Centraal. Op het moment dat ik mijn slot openmaak, heb ik een idee. Mijn Top tot Teen cursus, die ik nu al vijf jaar geef, is uitermate geschikt als zomerweek in Frankrijk! Dat inzicht is net zo helder en snel als de klik van mijn fietsslot.
Twee dagen later krijg ik onverwacht een mailtje van mijn bedrijfscoach Coleta Coppes; of ik geen cursus wil geven in hun huis in de Ardeche. Blijkbaar waren er tegelijkertijd verschillende sloten van het slot gegaan.

De toegang van Lou Soulei
Tijdens de eerste les van deze cursus beginnen we met het beschrijven van onze sleutelbos. Tot welke ruimtes verschaffen deze sleutels toegang? Daarna vraag ik hoe de deur naar je binnenwereld er uit ziet. Zit daar een slot op? Wat voor sleutel past daar op?

Tijdens de zomerweek hebben we een gezamenlijke deur naar binnen. De toegangspoort van Lou Soulei, het huis van Gerben en Coleta. Het is een gietijzeren poort aan de hoofdweg van het middeleeuwse stadje Largentiere. De eerste keer dat ik voor die deur stond, vroeg ik me af of ik wel goed zat, er is geen huis te bekennen. Ik liep het trappetje direct achter de poort op en vervolgde een lang pad naar boven om bij een volgende houten deur te komen, met een koperen bel. Toen ik die opende, kwam ik in een andere wereld.

Een ommuurde tuin met een magnolia, banaan en palm, met een rond koud badje, met ligstoelen en voldoende schaduw. Dit is de plek waar we elke ochtend mediteren en schrijven; op de grond en aan kleine ronde tafeltjes. Hier betreden we de binnenwereld. Op het hoger gelegen terras staat een lange tafel, waaraan we in stilte ontbijten, lekker lunchen en uitgebreid dineren. Daarachter nog een kleine tuin met sfeervolle slaapzolders en een poeltje met lelies.

Het huis Lou Soulei
En dan is er een volgende deur, een dikke houten Franse deur, in dikke oude muren die de hitte buiten houden. Deze deur stellen Gerben en Coleta voor ons open. Daar is voor ieder een met zorg en stijl ingerichte ruime kamer beschikbaar. Maar ook de rest van het huis staat deze week open. Als je honger hebt, pak je iets uit de koelkast. Als je moe bent, luier je op de bank. Als je inspiratie hebt, speel je op de piano. Dit is geen anoniem hotel. Langzaam verandert de schrijfgroep in een woongroep. We doen zelf boodschappen en koken om de beurt. We eten stilletjes verse baquette of doen zingend de afwas.

Het huis als hoofd
De tweede opdracht van de cursus is je hoofd te beschrijven als een huis. Als je hoofd een huis zou zijn, wat voor soort huis is het dan? Een flat, een zolderkamer, of Lou Soulei? En welke personages leven er in jouw hoofdhuis? Deze teksten lezen we in de middag aan elkaar voor, in de koele woonkamer. Eigenlijk doet het huis mee aan de cursus. Zijn wij alle personages in deze grote geest, in dit grote huis waarin ieder zijn eigen stem en bijdrage laat horen. Het huis is de pagina waarop wij schrijven.

Opnieuw thuiskomen
Pas na een week, als we weer pakken en teruggaan in de bewoonde wereld, merken we in wat voor paradijs we eigenlijk hebben geleefd. Veilig achter de dikke muren om de tuin, een plek waar we veilig naar binnen kunnen keren.

En dat doet wat. Juist omdat je van huis bent, in een nieuw huis, in een afgescheiden plek, kan je echt naar binnen keren. Kan je de tijd nemen om je hoofd en hart te verkennen, om in je buik en voeten te landen. Doordat je thuis bent, ver van huis, kan je op een nieuwe, frisse manier thuis komen in jezelf. Doordat je thuis bent, zelf kookt, afwast, schoonmaakt tussen het schrijven door, krijgt je onderzoek wortels. Je zit niet alleen maar in je hoofd, je steekt af en toe ook de handen uit de mouwen. En op een of andere manier zorgt dat voor verdieping, dan kunnen dingen bezinken, terwijl je uien snijdt.

En daardoor gaan we aan het einde van de week als hernieuwde mensen door de poort naar buiten. In ons zijn verschillende poortjes opengegaan. En Lou Soulei heeft zich in ons hoofd verankerd.
Deze cursus op deze plek: het klopt.


Meditating on the clay

In these blogs I write about the background of the different courses that Wonder-word organizes. This one is about our 6th Open Dharma Deep Rest Retreat in the North of Holland.


















"Why don't you come to Holland?" I asked Jaya and Gemma after managing the kitchen during a retreat in Spain.
"Yes, why not," they replied. "If you organize a place, we will come."
I called my Dutch Open Dharma Friends. Jaya and Gemma like to teach in Holland, I said. Let's organize that, they replied. So we looked on the internet for the right place. Which was not easy. We wanted cheap, we wanted a place where we could cook ourselves, we wanted silence.

We drove through the whole country, visiting places. Places were expensive. Had strict rules. Or had a very specific spiritual energy. We wanted an open, neutral place - that fits to open Dharma - that does not have too many statues. We wanted a place without tradition, so that during the retreat it would be easier for participants to find a new, fresh way to meditate.
After a long day of driving we arrived in Westerweelde, Ter Apel. We met de owners, the friendly Karin and Rens. No, they never had a silent retreat on their ground, but well, why not? The place was perfect. It is spacious, silent, a lot of camping possibilities, we could cook ourselves. The old attic was filled with benches and tables, a television and a pingpong- and footballtable - but well if we took it out we could meditate there. We counted the hall with steps, yes 35 people would fit here.
So we made flyers, an account number, a promotion-mail. We contacted organic farmers in the neighborhood. And in july 2009 we had our first Open Dharma Retreat in Holland, full.

The first retreat
I remember the first Dutch Open Dharma retreat as heaven. In the attic of this Dutch old farm were sitting Indian friends, my mother, Dutch friends, housemates and people I had never met before. The hall with the low beams was packed and side by side we were listening to Jaya and Gemma. It was as if all different parts of my life had merged into one moment.
We were in Groningen, the province were I grew up. Clay under our feet. A fresh blue sky. Flat land till the horizon. Space. It is the place where I grew up. When I was 18, I just wanted one thing: get out of there! I felt isolated on the Northern countryside. Couldn´t wait to leave, to see the ´real´ world. When I was 20 I went to India, and found some weird but deep realness there. I fell in love with meditation. On one of my later journeys to India I met Open Dharma, Jaya and Gemma.

Open Dharma
When I first heard Jaya's dharmatalks, she spoke in a language that reached my heart, not my head. I did several retreats with her. And slowly my analytical brain, that wanted to understand, fell asleep. Cause Jaya encouraged us to lie down. Which was new to me. I used to sit straight, analyze, focus, visualize and trying to be clear. Lying down I fell asleep. I was dizzy in my head. I couldn’t get grip on my mind.

But than, after a few days, when I came up from a deep rest, the world looked differently. The light fell so beautifully through the windows. The trees were glowing. The birds were singing. And under that was a deep silence, that I had never experienced before. The whole world resonated through me. I went to Jaya. Is this real, I asked. Yes, she said, without any doubt.
When I gave up the control and my wish to understand everything, I found something much deeper. A deep wise love. That wasn't something that I could achieve or find. But that ccomes to me when I surrender to life.
That is what Open Dharma teaches. No method, no goal. Rest. Surrender to life how it is right now. Be available to life.

India in Holland
It was strange to practice this on the ground on which I learned to walk, talk and fight. On the ground I tried to be strong. But I wasn't isolated anymore. The real world had come to Groningen. I loved how my international friends enjoyed the place. Swimming in the small lake, camping outside, walking though the fields and the forest, smelling the cowshit, seeing the windmills working, following our straight canals. I was saw my land with new eyes. And I felt the same joy and thankfulness as in India. The cowshit started to smell a like insence, the windmill did Shiva's dance.
Spirituality is not linked to India. Not linked to a method. Not to a statue. It is nameless and placeless, freely available. Also on the Dutch clay. This year we go for the 5th time. And this still I am as much looking forward going to Ter Apel as I am looking forward going to India.

dinsdag 24 juni 2014

Het stille podium


Foto: Jan Huneman

Er past niets meer in mijn hoofd. Mijn hoofd zit vol met ruimte. Ik voel me zo ruimtelijk als het oerol-podium van Spinvis op de Noordvaarder. Slechts een dun touwtje begrenst het speelvlak; een enorme vlakte van zand, omgeven door lucht en zee. Een langzaamlopende vrouw vult het decor. Meer is niet nodig.

Ik zit op de tribune en moet denken aan een tekst die ik tijdens mijn laatste schrijfcafe over stilte heb geschreven.

"Mijn stilte huist achter de coulissen. Terwijl de hoogmoedige en de ondernemer het hoogste woord voeren op het podium, en enthousiasme en doorzettingsvermogen zich klaarmaken in de kleedkamer voor hun volgende wervelende optreden, wacht stilte geduldig af. En dan, als de ene theatergroep afgaat en de ander bijna opkomt, verschijnt stilte op het podium. Heel even. Ze vult alle hoeken van de zaal met haar aanwezigheid, iedereen houdt zijn adem in. De jongen laat zijn mobiel rusten, een vrouw zucht diep en knijpt in de hand van haar onbekende buurman. Even, heel even, weten zij weer wie zij zijn. Om dat meteen weer te vergeten als de lampen aanspringen en de zaal zich vult met geluid. Maar achter de coulissen van ieders hoofd blijft de stilte."

Op Oerol werkt het andersom. Hier is de stilte niet de ongemerkte tussenpauze, maar zij is het decor, hier is zij het optreden. Acteurs lopen door haar heen, muziek omlijst haar, maar niets evenaart haar. Elk optreden valt eigenlijk in het niet bij het podium. De stilte is oerol, overal.
Ook in mijn hoofd. Hoeveel ik ook heb gezien; mensen, muziek, voorstellingen. Mijn hoofd raakt maar niet vol. De rollen draaien om. Stilte op het podium, drama achter de coulissen.

Nu, een paar dagen na oerol, worden podia weer afgebroken, kunstwerken worden gereduceerd tot een stapel staal en zeil. De illusie wordt ontmanteld. En het eiland zucht. Het is weer tijd voor haar ware natuur.

zaterdag 17 mei 2014

Monoloog van de Lenteregen

Tijdens het Schrijfcafe van 17 mei schreven de deelnemers een monoloog vanuit de regen. Dit was mijn resultaat.












Ik val met de Franse slag.
Un peu ici, un peu la.
Ik val niet recht toe recht aan, zoals druppels de Hollandais.
Nee, ik val met elan.
Niet in een kaarsrechte lijn, maar in cirkels. In spiralen.
Rondom Le Tour de Eiffel. Rondom Le Dom.
Voila, comme ca c'est moi.

Ik dans, ik zwier, ik val met elegance.
In het donkere decollete van de Madam op de brug.
Op de brede schouder van de Monsieur op het terras.
Midden in dat glas met witte wijn.
Mais non, ik ben niet van de l'eau, maar van du vin.
Voila, comme ca c'est moi.

Ik val met de Franse slag.
Un peu ici, un peu la.

Je wordt dronken van mijn geur.
Ik verdamp op je hete huid.
Ik bedwelm en ik verleid.
De lente dat ben ik. La pluie de printaniere.
Voila, comme ca c'est moi.

Ik val niet in troepen. Non, non.
Ik doe het solo. Toujours.
De hele hemel is van mij.
Je ziet me alleen als je goed kijkt.
Mijn glanzende heupen, mijn bezonken blik.
Voila, comme ca c'est moi.
La goutte de pluie perfectement.

donderdag 6 februari 2014

Schrijvend de wacht houden

Met mijn voeten rustend op een krukje schrijf ik. Mijn bolle buik steekt boven de tafel uit. Dit is de eerste week waarin ik voel: aha, dit is dus verlof. Alles is geregeld. De kinderkamer is gebouwd, de rompertjes liggen klaar, de omzetbelasting is ingediend. En nu kan ik wachten.

Maar wachten is niet niets doen. Ik wacht niet, ik houd de wacht.

De wacht houden. Dat heb ik veel gedaan in mijn carrière als stuurvrouw. En een groot deel van mijn nieuwe boek gaat over deze wachten.
Vier uur op, acht uur af. Ik sta op het achterdek, of in het stuurhuis, zet koersen uit, kijk of er koerskruisers zijn en stel de zeilen. Ik houd een logboek bij, luister naar weerberichten en zet koffie of thee.
In slaap vallen kan niet. Elk moment kan er iets gebeuren. En vooral in de rustige wachten, waarin de wind stabiel is en de zee rustig, is dat lastig.
Je moet daarvoor in een bepaalde toestand komen. Want als ik onrustig over het dek heen en weer blijf lopen, houd ik het niet vol. En als ik zwaar en moe aan het roer zit, duurt vier uur erg lang. Een alerte rust, dat is nodig.
Met mijn ene hand op het roer en in mijn andere hand een kop warme thee. Starend naar de horizon, de sterren, het kompas. Het schip steeds beter voelend. Op den duur weet ik niet meer of ik het schip stuur of het schip mij.

Zo zit ik nu in mijn kamer. Ik weet niet wie de touwtjes in handen heeft. Ik, het kindje in mijn buik of moeder natuur. Een hand op mijn buik, kopje thee erbij en zinken in een alerte rust.

En dan helpt schrijven. Als ik ga zitten schrijven, dan loop ik niet onrustig door mijn kamer, bladerend in mijn agenda. Nog twee dagen. Dan ben ik 40 weken. 8 februari. Nog 48 uur. En als ik ga zitten schrijven, dan val ik ook niet in een slaap waar ik nog moeier uit wakker word.

Achter mijn computer en mijn schrift houd ik de wacht. Ik voel haar schoppelen in mijn buikzee. En ik schrijf nieuwe scenes voor mijn boek. Ik vind inconsequenties in het verhaal. Haal taalfouten weg. Verander namen. Dingen waar ik normaal te veel haast voor heb. Want dan wil ik snel snel, dat boek moet af. Nu heb ik alle tijd. Want ik heb geen idee hoelang deze wacht gaat duren. Ik heb geen strakke deadline. Het kan 8 februari zijn, maar ook de veertiende. Daardoor is er opeens een ander tijdsbesef. Eentje die vraagt om overgave. Eentje die vraagt om een alerte rust – een toestand waarin ik deze tijdloze wacht (vol)houden kan.

Heel zorgvuldig scan ik mijn verhaal, zoals ik tijdens mijn wachten de zee scande.
En ik wacht totdat zij komt, op haar eigen tijd.


dinsdag 19 november 2013

Leven voor twee


Zwanger zijn gaat over ruimte innemen.

Dat realiseerde ik me toen ik vorige week de workshop Zwanger met Aandacht gaf.
Veel van de aanwezige zwangere vrouwen worstelden met hun eigen sterke en omvangrijke aanwezigheid.

De een met dat groeiende buikje. Dat niet meer in haar spijkerbroek paste. En wat haar belemmerde om vrijuit te joggen.
De ander stelde veel duidelijker haar grenzen dan eerst. En dat heeft natuurlijk een effect op de omgeving.
Iemand werd sneller boos, geïrriteerd.
Ik ook. Ik herken dat allemaal.
Ik sta regelmatig te gillen en te schreeuwen. Tegen mijn klerenkast, mijn spiegel en mijn partner.

En toen besefte ik, toen ik al die vrouwen hoorde praten; dit gaat over ruimte innemen.
Zowel fysiek als emotioneel.
Je lichaam neemt meer ruimte in. Je buien. Je hele zijn. En dat is onwennig.

Leven voor twee
Logisch. Want je bent niet meer in je eentje. Je bent twee. Je eet niet alleen voor twee. Je leeft voor twee. Werkt voor twee. Scheldt voor twee. Slaapt voor twee. Huilt voor twee. Drinkt voor twee. Geniet voor twee. Stelt grenzen voor twee. Alles dubbel.

Alsof ik voor twee personen op deze aarde incarneer, zo voelt dat.
Mijn lichaam is er niet alleen om mijn eigen ziel te belichamen, het is er ook om een andere ziel te belichamen. En om dat te doen – een ziel een lichaam te schenken – moet ik er he-le-maal zijn, hier in dit lichaam, op deze aarde en nergens anders.

Helemaal hier zijn
Ik had verwacht (gehoopt?) dat ik tijdens mijn zwangerschap zou veranderen. Spiritueler zou worden, zachter, dromeriger, rustiger. Maar wat me opvalt is dat ik juist meer mezelf ben. Dat ik dubbel mezelf ben.

Zowel in mijn valkuilen als in mijn krachten, groei ik. Neem ik meer ruimte in.
Ik was al een harde werker, maar nu maak ik soms zestig uur in de week. Ik kon vrij pittig reageren, nu nog feller. Ik wist dat ik afhankelijk kon zijn en bevestiging nodig had, nu zwelg ik af en toe in het ‘zie me, hoor me, geef me aandacht.’

Maar ook mijn krachten worden uitgelicht. De meditaties die ik begeleid zijn krachtig. Mijn teksten meer to the point. Ik blink uit in daadkracht.

Willen vluchten
Ik word uitvergroot. En dat is niet alleen maar prettig. Opeens zie ik mezelf in een lachspiegel, die mijn mond, kont en buik uitvergroot. Een uitvergroting van mezelf.

Ik wil daarvan regelmatig vluchten. Op retraite. Me verbinden met het hogere. Met rust. Iets minder aards, lichamelijk, onredelijk. Ik wil op een meditatiekussen verbondenheid en eenheid voelen. Geen agressie en irritatie. Ik verlang naar die roze wolk, waarop ik kan drijven.

Maar het lijkt wel alsof dat hemelse steeds minder bereikbaar wordt. Omdat ik zo zeer incarneer, dat ik alleen maar hier op aarde kan zijn.

Er helemaal mogen zijn
En ergens is dat ook een opluchting. Om echt mezelf echt te zijn en te zien. Zonder de gewoonlijke ‘sorry dat ik er ben’s’ en ‘ ik bedoel het niet zo’s’. En alle krampachtige pogingen om eigenlijk iemand anders te zijn.

De zwangerschap geeft me de kans echt hier te zijn, te zijn wie ik ben.

Dat wil niet zeggen dat ik al die emotionele overreacties goed wil praten. Het gaat er vooral om dat ik niet perfect hoef en kan zijn. En dat ik niet kleiner hoef te zijn dan ik ben. Niet mooier, niet beter.

En ik heb het gevoel dat dat me ook zal helpen bij mijn aanstaand moederschap.
Want ik kan er toch alleen maar voor een ander zijn, als ik er zelf volledig ben?
En ik kan toch alleen maar een ander accepteren, als ik mezelf accepteer?

Hier op aarde landen
Ik maak een mens en daardoor word ik zelf meer mens.
Ik land steeds meer op deze aarde. In dit lichaam. Zodat ik een lichaam door kan geven.
Ik zie ook steeds meer de pracht van deze planeet. De opschijnende herfstblaadjes. Hoe onhandig mensen van elkaar houden. De ochtendmist.

In deze groeiende aanwezigheid zit helderheid en heel veel liefde. Ik ben zwanger van het leven. Ik ben zwanger van mezelf.

Ondanks de huilbuien, de wakkere nachten en de irritaties, houd ik meer van dit leven dan ooit. Want dit is wat het is, dit is wie we zijn, en dat is wat het mag zijn.

Het leven stroomt door me heen en ik mag er zijn voor twee.

dinsdag 3 september 2013

De achterdeur vinden


Poortwachters
Als we gaan schrijven of mediteren proberen we vaak via de voordeur naar binnen te gaan. We staan recht voor onze eigen voordeur en zeggen: ik wil inspiratie, ik wil rust, ik wil contact met mijn eigen binnenwereld, ik wil er graag in. We bellen aan bij onszelf, bij die strakke voordeur, met ons eigen naamplaatje. Strakke geraniums in bakken, een schoongeveegd stoepje.
Degene die opendoet is een poortwachter. Daarvan zijn er heel veel verschillende versies. De strenge criticus is een bekende. ‘Jij schrijven?’ zegt hij honend. ‘Maak me niet aan het lachen, ik weet toch dat je niet creatief bent?’
Soms doet ook de onzekere open. ’Schrijven, schrijven, nee ik denk dat je bij het verkeerde huis bent, daarvoor hebben wij geen talent in huis.’
Zo staan we daar op de drempel. Overrompeld door al die stemmen die in ons wakker worden als we verbinding met onszelf gaan maken.

Omgaan met poortwachters
En wat doe je dan? Ik heb verschillende dingen uitgeprobeerd.
Ik heb geprobeerd om die voordeur in te trappen, door toch te gaan schrijven, wat die stemmen ook zeiden. Maar erg ontspannen was ik niet. Met gebalde vuisten probeerde ik de poortwachters te bewijzen dat wat ik schreef, goed was, en dat ik verdomme het recht had om naar binnen te gaan.
Doodmoe werd ik ervan.
Ik heb geprobeerd om met ze in discussie te gaan. Maar ook al kan ik vrij goed rederenen en beargumenteren, deze stemmen zijn altijd sterker. Het is hun taak om het burcht te verdedigen tegen onveilige, ongewone invloeden en een pen, die alles eens nauwkeurig wil onderzoeken wat daar binnen gebeurt, wordt als uitermate onveilig ervaren.
Ik heb geduld geprobeerd, eindeloos mediterend op die stoep gezeten om te wachten tot die stemmen mij zouden vergeten. Ik kwam een beetje naar binnen met dit geduld. Maar verder dan de onpersoonlijke hal, met een kapstop met wat jassen, een paar schoenen eronder, en wat familiekiekjes aan de muur kwam ik niet. Als ik dan de woonkamer in probeerde te komen, begon iedereen weer te gillen.

Opgeven en de achterdeur vinden
Ik heb het een tijdje opgegeven. Met mediteren en met schrijven. Ik stopte met mijn journalistieke werk, moe van het gevecht om een goede schrijver te zijn. Ik stopte met de strenge retraites en het uit mijn hoofd leren van de tig wegen naar verlichting.

In dit luchtledige ontmoette ik twee nieuwe leraressen. Mijn meditatie-lerares Jaya die me aanmoedigde om te gaan liggen, te gaan ontspannen, om het gevecht met mezelf op te geven en te zien wat er dan gebeurde.
En ik ontmoette Natalie Goldberg via haar boek Wild Mind. Natalie Goldberg schrijft in haar boek over de wilde geest, waarin we luisteren naar onze eerste gedachten, naar die eerste rauwe ingevingen, en niet zozeer naar de tweede en derde en vierde gedachten. En die rauwe impulsen zijn wild. Zijn niet netjes gerangschikt in rijtjes. Zijn geen netjes aangelegde voortuinen, maar zijn overwoekerde achtertuinen. Met rommel in de tuin. Verroeste tafels, kapot speelgoed, halve herinneringen, niet helemaal kloppende anekdotes, vage voorgevoelens, en tegenstrijdige gedachten. Het is ons oerbrein, dat zich aan de achter/onderkant van ons hoofd bevindt. Onze oeringang. Al mediterend en schrijvend bracht ik steeds meer tijd door bij deze plek.

Ik vond mijn achterdeur, vooral door het schrijven en mediteren iets minder serieus te nemen. Door plezier en ontspanning toe te laten. Om niet langer te vechten met de poortwachters, maar op mijn rug te liggen en naar de dansende boomblaadjes te kijken. Door geen goed boek te willen schrijven, maar losse tien minuten opdrachten te doen met verrassende resultaten. Niet altijd goed, maar wel authentiek en echt.

De achterdeur is echter niet altijd makkelijk te vinden. Achterdeuren zijn alleen voor vrienden, je moet de weg kennen om ze te vinden. Ze lijken een beetje op de toegang van Lou Souleil. Een gietijzeren deur in een stenen muur, waarvan je niet eens zou vermoeden dat er een huis achter schuilgaat. Dan een lang pad, met uitzicht over daken, een bemost muurtje en een politiebureau met niets vermoedende poortwachters. Aan het einde weer een poortje weer een deur. Achterdeuren zijn niet zo direct als een voordeur. Ze zitten verstopt achter deuren, leiden door persoonlijke gebieden en soms smalle stegen.

Anderen binnen laten via de achterdeur
Karl Ove Knausgard, de Noorse schrijver van de bestsellers Vader, Zoon en Liefde, laat ons ook zijn leven binnen via de achterdeur. Hij schrijft precies op hoe zijn leven is. Alle onbenullige en genante details. Hij houdt ons geen strakke voordeur voor, nee hij laat precies zien hoe het is om een dominante vader en een emotionele vrouw te hebben en om een gesloten en sombere man te zijn.
En ook al looft de hele wereld hem nu, hij haatte het toen hij het opschreef. Hij haatte elk woord. ‘Is dit literatuur? Gewoon een beetje over mijn eigen leven schrijven?’ vroeg zijn poortwachter.
Maar hij had zichzelf voorgenomen om elke dag vijf pagina’s te schrijven, wat er ook uit kwam.
En die methode is een geweldige manier om de achterdeur te vinden. Gewoon met jezelf afspreken dat je elke dag gaat schrijven, onafhankelijk wat je poortwachter er van vindt.

En daarvoor hoef je geen hoogstandjes uit te voeren. Geen belangrijke literaire wetten te kennen. Je mag met half open ogen schrijven. Karl Ove schrijft: je stelt jezelf een doel, en dan schrijf je jezelf er slapend naar toe. Stephen King zegt: schrijven is een creatieve slaap.

Neem jezelf voor dat je gaat en blijft schrijven, wat de stemmen in je hoofd ook zeggen. En hang dan een beetje achterover, siësta-schrijven noem ik dat ook wel. Schrijf een beetje dommelend. Met half open ogen. Je werk hoeft niet goed te zijn, het hoeft nergens heen te gaan, vertrouw op wat komt.
Ga niet op zoek naar de inspiratie, maar zorg dat je zo ontspannen bent, dat de inspiratie jou kan vinden. Probeer geen goede schrijver, of iemand anders te zijn. Schrijf als jezelf. Weet wat werkt voor jou.

Maak van je troep antiek
Het helpt om aan een stuk door te schrijven. Dat is eng, want vaak raken we halverwege de controle kwijt, zeggen we dingen die we nog nooit aan iemand hebben verteld, komt er opeens een geheel onverwachte en soms wat genante herinnering op. Dat gebeurde mij ook vaak tijdens het schrijven mijn nieuwe boek ‘Op water drijf je.’ Pijnlijke herinneringen kwamen op. ‘Wil je dit delen met de buitenwereld? Is dat schrijven? Is dit goed?’ vroeg een poortwachter, die de achterdeur heeft kunnen vinden.

Maar toch ben ik doorgegaan, want ook al was het troep, het was wel mijn troep. Mijn achterdeur.
Ik ben het een beetje als een Franse brocante gaan zien. Als een rommelmarkt. Waar ik af en toe kom en denk: hemel wat een troep! Totdat ik de prijskaartjes zie. En dan weet, dit is geen troep, dit is antiek. Merk je eigen troep als antiek. Stal t uit. Verberg t niet. We hebben allemaal rommelige achterkanten. En daar zit het leven, daar zit het schrijven.

Vind je eigen achterdeur. Laat je niet afleiden door de poortwachters. Ontdek wat voor jou helpt. Neem het schrijven niet te serieus. En schrijf door je eigen troep heen. Zo vind je je eigen stem, je eigen verhaal, je eigen leven.