woensdag 7 maart 2012

Schrijf jezelf gezond

Onlangs las ik een geweldig artikel in Ode-magazine. Drie dingen die ik dacht te weten over schrijven, zijn nu wetenschappelijk bewezen.

1. Schrijven is gezond. Pennebaker heeft het wetenschappelijk bewezen, van elke dag een kwartiertje schrijven knap je mentaal en fysiek op.

2. Schrijven over ingrijpende gebeurtenissen heeft het meeste effect op je gezondheid.

3. De woordkeuze en je invalshoek blijken essentieel te zijn

Als je van je eigen gebeurtenissen een samenhangend verhaal weet te maken - daalt je bloeddruk, heb je minder last van stress. Als je meerderde perspectieven gebruikt - minder aspirine, minder eenzaamheid.

En wat is nu zo mooi? Deze twee schrijfmethoden - een rode draad zoeken en je verhaal van meerdere kanten bekijken - maken niet alleen jezelf, maar ook je verhaal beter!

Lees meer op:

http://www.boekschrijven.nl/schrijf-jezelf-gezond/

vrijdag 2 maart 2012

Schrijflessen

Op Boekschrijven.nl schrijf ik regelmatig blogs over de kunst van het schrijven.

Zoals:
* Over het schrijven van een proloog
* Over eerlijk en rauw schrijven

En voor het literatuurfestival Utrecht over Utrecht maakte ik deze webfilm met schrijftips

zondag 29 januari 2012

Transitie 12 Groeien in spiralen



Gisteren, op zaterdag 28 januari 2012, gaf ik nogmaals de workshop ‘Schrijf Oud, Schrijf Nieuw’ hier op Werk aan het Spoel. We zaten in de genieloods en met alle moeite probeerde ik, net voor aanvang, de grote zware luiken voor de glazen pui open te krijgen. Maar welke sleutel ik het ook probeerde, er was geen beweging in te krijgen. Dus zaten we in een donkere schuur terwijl buiten de zon scheen.

Het venster sluit
Dit is tekenend voor deze tijd van het jaar. Nu januari bijna voorbij is, sluit zich een venster. Het licht dat wij in de transitie maanden december en januari kunnen zien, is in februari buitengesloten.

December en januari voelen als een venster van waaruit je vrij zicht hebt over je leven. Heel even gaan de luiken open en kan je in het zonlicht je eigen patronen en mogelijkheden helder overzien.

Hoe anders voelde deze workshop aan dan die ik op 30 december en 1 januari heb gegeven. Het was alsof we op de grens van een fragiel momentum stonden. We wisten allemaal dat dit laatste weekend van januari het laatste moment is waarop we een gedicht over 2011 konden schrijven. Over een paar dagen zou ik niet alleen de luiken maar ook de deur van de schuur niet meer open krijgen.

In de mist
Vandaag kreeg ik het aanbod om nog een maand langer in dit atelier aan de Lek te werken. Ook al was de verleiding groot, ik heb toch besloten om maandag te vertrekken. De transitietijd is voorbij.

Dus, nu zit ik hier, in mijn laatste weekend in dit atelier. Buiten mist het. Ik hoor de treinen in de verte over de brug denderen, maar ik zie ze niet. Mijn reikwijdte wordt nauwer. Het doet me denken aan de mistmaand november, aan de cursisten die misthaiku‘s schreven aan natte tafels op de dijk. De transitietijd wordt blijkbaar in- en uitgeleid door laaghangende wolken.

Terug in het moment
En het voelt goed om weer in de mist te stappen. Want je kan ook te veel terug- en vooruit kijken. Soms is het goed om in het moment te zitten zonder het grotere plaatje te zien. Net zoals het menselijk brein er ook niet voor gemaakt is om steeds te beseffen dat we met een noodgang op een ronddraaiende bol door het universum vliegen.

Alles herhaalt zich
Want doordat ik vandaag op een rijtje zette wat oud en wat nieuw is in mijn leven kwam ik tot de depressieve conclusie dat januari 2012 toch verdomd veel lijkt op januari 2011.

Ook toen was ik aan het rijlessen, in de vrolijke illusie dat ik voor de zomer mijn rijbewijs zou hebben. Maar nee, in januari 2012 zit ik nog steeds in een lesauto. En dat boek dat ik in 2011 zou afschrijven en publiceren, is nog steeds niet af en ondertussen heb ik al drie keer het laatste hoofdstuk geschreven. En die ex die ik vorig jaar al zou loslaten? Forget it, ik mis hem nog steeds.

Een van de cursisten zei vandaag: het lijkt wel alsof ik dit jaar gewoon weer aan hetzelfde cirkeltje ga beginnen.

Cirkels
En dat is ook zo. We maken cirkels. Net zoals de aarde, de maan, de seizoenen. Als je daar elk jaar bij stil staat, word je gek. Om de groei echt te laten werken moet je IN het moment zitten en niet er boven hangen.

Alleen in dat venster rondom oud en nieuw, kunnen we zien dat we meebewegen in de patronen van de seizoenen en in de banen van de planeten.

Verandering vindt cirkelvormig plaats. Ieder jaar kom je weer op hetzelfde punt uit, maar wel een niveau hoger. Langzaam, draaiend door deze spiraal, bewegen we ons richting het licht.

Transitie is een spiraal
Een paar jaar terug was ik bij een overzichtstentoonstelling van het werk van Louise Bourgeois in het Gugenheim museum in New York. Dat museum is als een spiraal opgebouwd. Al cirkelend liep ik langs het werk van deze inspirerende kunstenares omhoog. Een van haar eerste werken is een drie dimensionale baarmoeder. Haar laatste werken zijn installaties met spiegels die haar innerlijke geesteswereld verbeelden.

Op sommige punten van de spiraalvormige trap van het museum zag je die twee werken in een oogopslag. De spiegelende cellen aan de hemel, de rode baarmoeder aan de basis.

In de transitiemaanden kan je zo kijken.

Maar februari is het moment waarop we weer verder lopen en het overzicht (en de controle) kwijt raken. We weten niet waar we vandaan komen en niet waar we heen gaan. En dat is maar goed ook. Anders zouden we er namelijk niet komen.

Om aan te komen bij het licht moeten we dwalen, omwegen maken, onszelf herhalen.
Als we ons hoogste doel steeds in het vizier hadden, zouden we gefrustreerd raken. Dan willen we daar in een rechte lijn op af. Maar dat kan niet. Want transitie, een structurele verandering, is een spiraal en geen lijn.

Einde van Writer in Residence tijd
Daarom laat ik vanaf 1 februari het transitie-onderzoek rusten. Omdat dat de enige manier is waarop ik in transitie kan gaan.

In de drie maanden in dit atelier heb ik ook bij het schrijven van mijn boek door het transitievenster kunnen kijken. Ik heb een geraamte gebouwd voor mijn nieuwe boek. Een rode lijn kunnen weven, overzicht gekregen over plot en thematiek.

Maar ik merk dat ik het overzicht langzaam kwijt raak. Dat het nu weer tijd is om vlees aan de botten te schrijven. Ik moet IN de scènes duiken. Het is klaar met het uiterwaarden-schrijven. Ik ga terug naar het bos.

Dank voor het lezen en volgen van mijn transitie blogs. Het was voor mij enorm verhelderend om ze te schrijven en ik heb veel aan jullie reacties gehad.

Ik stop natuurlijk niet met schrijven op dit blog. Maar welke thema’s komen gaan - dat kan ik niet overzien.

woensdag 11 januari 2012

Transitie 11 - Overstromen


In de transitieweek van dit nieuwe jaar, was ik in de uiterwaarden van een andere rivier. Net achter de rivierdijk van de Duitse Rijn was ik een paar dagen in retraite. Net als hier stonden de uiterwaarden daar bijna geheel onder water. Er was nog maar een dunne grens over tussen land en water.

Dunne grens
En zo verging het mij ook. Mijn huid was dun deze week. Ik voelde me kwetsbaar nadat iemand nogal onverwacht mijn ‘transitieruimte’, de uiterwaarden rondom mijn lichaam, had betreden. Daardoor was er een dijk doorgebroken en was er water van de buitenwereld naar binnen gestroomd.

Enerzijds verdronk ik daarin. Er waren veel zoute tranen. Tegelijkertijd was er in dit nieuwe natte gebied ook een openheid die er eerst niet was.

Ik liep tussen de dans- en meditatiesessies vaak over de rivierdijk. Dat hielp. Terwijl ik door de striemende regen en de bulderende storm wandelde, ging er een luikje open. Door dat luikje kwamen liederen naar buiten in een taal die ik niet kende, maar die ik toch volmondig zong.

Nieuwe taal
Dat deed ik ook toen ik een jaar of zeven was. Vol overgave zong ik op de fiets Duitse opera’s, al kende ik enkel de drie Duitse woorden schiff, kuch en segel. De rest verzon ik erbij.

Die zingmomenten in een nieuwe taal zijn daarna regelmatig teruggekeerd en ik herken ze nu als transitiemomenten. Bijna allemaal ontstonden ze na een lange wandeling in een wild natuurgebied met storm op komst.

Hawaii vorig jaar. Een dans op de zwarte ruige lavakust terwijl de enorme golven uiteenspatten, zingend in iets dat op oud Hawaiiaans leek. New Mexico, een Indianenroep in de hete droge saliewoestijn met zwarte donderluchten boven de bergen. De Himalaya - mijn mantra in Tibetaanse klanken over de blauwe gletsjers.

Eigen natuur
Het helpt om mijn bekende omgeving achter te laten. Doordat de Rijn nieuw was - de veel groenere uiterwaarden, de oplichtende witte meeuwen, de duistere fabriekspijpen aan de horizon- kwam de schoonheid van de natuur met een donderslag binnen en brak ze mijn dijk open.

Dat voelt als de kern van transitie: dat er iets open gaat wat normaal gesloten blijft. Transities zijn openingsmomenten - de natuur komt naar binnen en daardoor zie ik de oceaan, de woestijn, de gletsjer in mijzelf. Transities zijn korte, hevige momenten waarin ik met een plotselinge helderheid in mijn eigen natuur kan kijken.

Ja en Nee
In deze eigen natuur spreek ik in een eigen taal. De oude woorden voldoen niet meer. Kunnen geen uiting geven aan het vrije ‘Ja ik leef’ gevoel. Die oertaal geeft me daarna de kracht en de woorden om duidelijk en in verstaanbare taal ’Nee - tot hier en niet verder’ te zeggen. Bij een transitie stromen mijn uiterwaarden onder water, maar weet ik beter dan ooit waar mijn dijk loopt.

donderdag 29 december 2011

Transitie 10: Vis en flamingo's


Afgelopen maandag, toen ik het dorp bezocht waar ik ben opgegroeid, realiseerde ik me dat ik ben opgegroeid in een transitiegebied.

Bedijking
Vroeger lag mijn dorp aan de zoute zee. Maar na het leggen van een dijk eind jaren zestig lag het opeens aan een zoet meer. Daarmee was het eeuwenoude vissersdorp in een klap geen vissersdorp meer.

Door een transitie in ruimte, een verandering in het landschap - ontstond er een transitie in structuur - in economie. In het ingedijkte gebied kon je geen enkele schol of garnaal meer vinden.

Vissers raakten werkeloos of moesten van elders varen. Daardoor vond er ook een sociale transitie plaats - het van leven bruisende dorp kakte in en de havens liepen leeg.

Drooglegging
Iets soortgelijks gebeurde er met mij. Als klein meisje woonden mijn familie en ik op een zeilschip en zwalkten we vrij over de wadden. Toen mijn broertje en ik naar school moesten en mijn ouders werk zochten, kochten ze een huis in dat vissersdorp zonder vis.

Het land lag er hard en onbeweeglijk onder mijn voeten. Ik hoorde geen golven meer breken en proefde geen zout op mijn lippen. De bakstenen van het huis lagen er in tegenstelling tot het klotsende schip, roerloos en stil bij.

Ik voelde mij als een ingedijkte zee. Waar was het zout? Dat wat eerst bewoog en onderhevig was aan eb en vloed, lag opeens stil.

Flamingo’s
Maar ondertussen ontwikkelde de natuur in het ingedijkte gebied zich. Toen ik er met kerst doorheen reed zag ik voor het eerst hoezeer mijn geboortegrond op een uiterwaarde lijkt. Het ligt als een buffer tussen de zoute zee enerzijds en de akkerlanden anderzijds. Net als hier aan de Lek groeit er een grote hoeveelheid riet, die goudgeel oplichtte in de lage winterzon. De ganzen trokken gakkend over. Op de vochtige grond liepen langharige buffels.
Ik herinner me dat hier regelmatig groepen flamingo’s landden. Het was een vreemd beeld, deze exotische dieren die als grutto’s in de slik scharrelden en stokstijf op hun poot stonden. Uren kon ik er naar kijken.

Nieuwe structuur
Mede dankzij mijn ondernemende ouders en doordat het ingepolderde landschap als een uniek natuurgebied erkend werd, veranderde het lege vissersdorp in de jaren tachtig langzaam in een opkomend toeristisch centrum. Dat ging niet vanzelf. In het dorp bestond veel weerstand tegen verandering. Achter de dijk mopperden de oude bewoners op al dat ‘vrumd volk’ dat hun dorp overspoelde.

Maar de natuur trok zich daar niets van aan. Een transitiegebied is vrij van tradities. Er is hier ruimte voor iets nieuws. Iets nieuws dat niemand kan voorspellen of sturen. Dat ontstaat uit zichzelf. En door het jarenlang met rust te laten ontstaat er een nieuwe natuur waar zoiets bizars als een flamingo kan landen.

Brak van binnen
Ik was al meer dan vijftien jaar niet in dit dorp geweest. En doordat er zoveel tijd overheen was gegaan, heeft zich ook in mij een nieuw landschap kunnen ontwikkelen.

Lang voelde ik weerstand om terug te keren naar deze van zout verstoken plek. Ik had verwacht gillend weer uit dat dorp te rennen. Maar toen ik op de dijk stond, werd ik geraakt door het prachtige uitzicht. En door de opvallende overeenkomst met mijn huidig onderkomen aan de Lek. Ik vergat niet meteen alle pijnlijke dingen die plaats hadden gevonden in dat dorp waar ik niet thuis hoorde, maar ik zag ook het rietland van Hasse Simonsdochter en hoorde elfen fluisteren. Ik zag een plek waar vreemde vogels, zoals mijn familie en ik, ook kunnen landen.

Ik ben van binnen brak geworden. Ik ben niet of zoet of zout. Ik ben niet meer of een vrij schipperskind of een raar importmeisje. Er ligt daar nog een heel gebied tussen in. Een gebied waar ik allebei en geen van beiden kan zijn. Ik ben over de dijk van mijn selectieve geheugen gestapt, in een transitiegebied waar nieuwe verhalen groeien.
Zonder zoute vis, maar met roze flamingo‘s.

dinsdag 20 december 2011

Transitie 9 - Transitiemanagement

Afgelopen zondag, tijdens de transitie-workshop, werden we achtervolgd door transitieweer.

Met acht vrouwen liepen we door de uiterwaarden. De zon scheen, de lucht blauw. We zaten op een bankje en schreven .Ondertussen pakten zich in het westen dikke donkere wolken samen.

We liepen terug. Voor ons blauwe lucht, achter ons zwart. Daar tussen door vielen zonnestralen. Een regenboog. Die dreigende lucht volgde ons totdat we weer letterlijk hoog en droog in de schrijfzaal zaten.

Zeevaartschool
Een deelnemer zei: een transitie kondigt zich altijd aan. Schapenwolken krijgen windveren. De wind trekt aan of gaat liggen. Aan de horizon zie je de transitie al aankomen.

Tijdens de zeevaartschool heb ik hier lang op gestudeerd. Hoe deze hoge- en lagedrukgebieden overtrekken, wat de kenmerken zijn van warmte- en koufronten. Als stuurvrouw kijk je altijd naar de horizon en naar de lucht boven je. Kijk je altijd verder dan het nu. Want die blauwe lucht kan zo bewolkt zijn, een briesje kan zo omslaan in storm.

Verder dan nu
Transitie is dus enerzijds die grens in het nu, de regenboog, en tegelijkertijd is het een lange termijn visie. Herken je transitie door ver vooruit en regelmatig achteruit te kijken.

Een van de opdrachten die ik zondag tijdens de workshop gaf, was het schrijven vanuit de ogen van een transitioneel voorwerp. Een voorwerp dat al langere tijd op je schoorsteenmantel staat, in je bed ligt of om je vinger geschoven zit.

De opdracht was om met de ogen van dat object naar de transities in je eigen leven te kijken. Hoe heeft dit object jou zien veranderen?

Er kwamen prachtige verhalen uit voort. Als je met een enigszins afstandelijke blik naar je leven over een langere tijd kijkt, treden er verrassende dingen op de voorgrond.

Logboek
Het doet me denken aan het logboek dat wij aan boord altijd bijhielden. Elk uur schreven we op wat de luchtdruk, de snelheid, de koers, het weer en de toestand van de zee was. Dat lijkt soms onzinnig. Maar als je een langere tocht, zoals een oceaanoversteek, maakt, laat het transities zien, die je op de korte termijn niet kan herkennen. Doordat we elk uur een positie in de kaart zetten, zagen we hoe de stroom onze koers beïnvloedde. Door elk uur de wind en de luchtdruk te noteren, zagen we hoe luchtdrukgebieden bewogen over de oceaan. Plotselinge weer- en snelheidswisselingen begon ik zo in een groter kader te plaatsen.

Samenhang
Mijn eigen transities staan ook in een groter perspectief. Ze zijn afhankelijk van de seizoenen, van economische en maatschappelijke ontwikkelingen. Mijn leven staat niet op zichzelf. Ik ben onderdeel van het universum. En ik kan samenwerken met dit universum. Ja, ik weet het, dat klinkt als een verschrikkelijke 'secret-waarheid.' Maar toch geloof ik er steeds meer in.

Transitie-management
Er bestaat zoiets als transitie-management. Rotmans, hoogleraar aan de universiteit van Maastricht, heeft er onderzoek naar gedaan. Hoe transities zich ontwikkelen en hoe je die kan sturen.

Dat is een precair gebied. Want een transitie ontstaat eigenlijk altijd van onderaf, vanuit initiatieven en ontwikkelingen binnen de maatschappij en economie en bijna nooit van bovenaf - zoals in een planeconomie.

Toch gelooft Rotmans dat je een transitie richting kan geven. Dit is moeilijk, want het gaat er om de juiste balans te vinden tussen sturen en loslaten.

Je bepaalt een koers maar die is breed - je wilt naar het oosten of een meer duurzame wereld. Maar je weet niet of de oplossing in het noord- of zuidoosten ligt. Je kan in Azië aankomen maar ook in Amerika.

Complex
Transities zijn complex en moeilijk te overzien. Ze voltrekken zich altijd op meerdere vlakken tegelijkertijd. Een maatschappij kan niet veranderen als de economie en politiek niet mee verandert. Als je van baan verandert, verandert er meer dan alleen je inkomen.

Dit soort complexe, structurele veranderingen zijn moeilijk te managen. Maar het helpt om duidelijk verslag te leggen. Om te zien hoe je luchtdruk verandert, wat de hoogte van je golven zijn en hoe de wind staat.

Observeren
Transitie is meteorologie. Het begint bij helder observeren. Bij vooruit kijken, bij over je schouder kijken, bij naar boven kijken.

Ik geloof dat als je regelmatig je leven observeert en beschrijft, in verhalen, in lijstjes, in gedichten, je beter in staat bent om je eigen transities te managen. Dat wat je ziet, dat wat je herkent, kan je sturen. Niet met strakke hand, maar met een knik in de schoot. Met je hand op de schoot en je blik op de horizon kan je soepel inspelen op windstoten en windstiltes.

Midwinter en oud en nieuw
En er is geen beter moment om vooruit en terug te kijken als de periode rondom oud en nieuw en midwinter. Het zijn als het ware vensters waardoor je patronen in je leven kan herkenen.
Maak lijstjes van dingen die je los wilt laten. Van wensen die je hebt. Van dingen die je echt nog wilt doen en dingen die je echt nooit meer wilt doen. Laat het universum weten welke koers je wilt nemen. Je stuurt. En daarna laat je los, want de uitkomst ligt niet in jouw handen. Dat is transitiemanagement.

zaterdag 10 december 2011

Transitie 8 - This is the And

Gisteren heb ik een prachtig boek ontvangen over transitie: ‘This is the And’ van Manfred en Victor van Doorn.

Manfred vertelde dat ze met dit boek het zwarte en witte deel van het yinyang symbool uit elkaar willen trekken om zo een derde ruimte creëren. Een ruimte waarin zowel zwart AND wit bestaat.

TrANDsition
Dat doet me meteen aan mijn definitie van transitie denken. In transitieblog 2 schreef ik dat transitie niet alleen een tussenfase is waar je (zo snel mogelijk) door heen wilt bewegen, maar ook een gebied op zichzelf is. Ik noemde de uiterwaarden als voorbeeld - ze zijn en een tussengebied tussen land en Lek en een eigen landschapstype. TrANDsition is de uiterwaarde tussen yin en yang.

De Van Doorns dagen hun lezers uit om meer vanuit dit tussengebied te leven en denken. Om niet langer in of-of te denken, maar in en- en.

ANDia
Persoonlijk heb ik dat wederom in India geleerd. Dat ging niet vanzelf. Tijdens het schrijven van mijn boek over Indiase alleenstaande vrouwen, werd ik met mijn Nederlandse rechttoe- rechtaan geest, gek van de tegenstrijdige verhalen die ik te horen kreeg. De ene keer was een vrouw heilig, de andere keer was ze een slet. De ene keer vertelde iemand dat ze bewust bij haar man weg was gegaan, in het volgende gesprek bleek dat ze door de schoonfamilie op straat was gezet.

Maanden heb ik verwoed gezocht naar de waarheid onder al die roddels, vage verhalen en ondoorgrondelijke mythes over de Indiase vrouw. Zonder resultaat natuurlijk. Want India is ANDia. Alles bestaat tegelijkertijd.

In India werd ik gedwongen om in deze tussenruimte te gaan staan. Om in de uiterwaarden tussen heilig en niet heilig, tussen waar en niet waar te leven. Ik moest kijken en denken als een ‘andividual’.

ANDividual
Volgens Manfred en Victor denkt een andividual niet in termen van gelukkig of niet gelukkig, goed of slecht, aantrekkelijk of lelijk. Maar ‘zhij’ is iemand die ‘inclusief’ denkt. Die tegenstrijdigheden een plek geeft in zijn brein. Die durft te leven op die grens waar zowel het een als het ander waar is.

ANDers kijken
Pas toen ik me realiseerde dat de verhalen in India zowel realistisch als fantastisch waren, wist ik waar mijn boek overging.

Het ging over ANDers kijken. Het ging niet over uitvinden wie er gelijk had, welk verhaal klopte. Dat zou ik nooit ontdekken. En eigenlijk deed dat er ook niet toe. Het deed er toe dat al die verhalen tegelijkertijd bestonden. En hoeveel dat zei over de positie van de alleenstaande vrouw, hoeveel dat zei over de Indiase samenleving en hoeveel dat zei over mijn manier van kijken en luisteren.

Mijn obstakel werd mijn thema. Dat waarvan ik dacht dat het een transitie was - de gedachte: straks als ik India snap, kan ik mijn boek schrijven- was het boek al. Het boek lag verscholen in het niet snappen.

Transitie als nieuwe manier van leven
Zo werkt het, in mijn ogen, ook met het nieuwe tijdperk.

We zitten en in een transitie naar een nieuw bewustzijn en tegelijkertijd IS deze transitie al het nieuwe bewustzijn. Ons nieuwe denken laat zich kenmerken door transitie.

In deze nieuwe manier van denken erkennen we en de huidige crisis en zien we nieuwe mogelijkheden. Het is een visie waarin we en onze persoonlijke tekortkomingen herkennen en in onze potentie geloven. In deze verschuiving van denken ligt de kiem van verandering.

Transitie is als het Indiase hoofdknikje, waarbij ze zowel schudden als knikken. Een soort schommelknikje dat zowel ja als nee betekent.

In de uiterwaarden tussen yin en yang, tussen het schudden en knikken in, ligt een heel nieuwe denkwijze verscholen. Eentje die net zo verwarrend als verhelderend is.