Tegenwoordig heb ik een atelier op de Uithof. Ik kijk uit over het hoge gebouw van de Universiteit Utrecht waar ik zo'n 12 jaar geleden gillend ben weggerend. Elke dag vind ik het weer verrassend dat ik juist op dit terrein mijn schrijfkunsten beoefen. En dan staar ik naar buslijn 11 die elke dag vol studenten voorbij rijdt en mijmer ik over de reis die ik heb gemaakt. Van mijn hoofd naar mijn hart en weer terug.
Mijn studie-mentor op de middelbare school had zijn best gedaan om mij op de universiteit te krijgen. Hij kreeg rode vlekken in zijn nek toen ik hem vertelde dat ik eerst een jaar wilde zeilen als matroos om vervolgens met mijn verdiende loon de wereld op land te verkennen.
'Als je niet meteen begint met studeren, raak je uit het leerritme en kom je er waarschijnlijk nooit meer in,' waarschuwde hij. 'Je kan beter in een keer door gaan, want van uitstel komt afstel.'
Deze redenering volgde ik niet. Want ik wist zeker dat ik zou gaan studeren. Ik was namelijk gek op leren. Mijn eindexamen leerde ik in het ruime ruim van ons schip en daar legde ik zorgvuldig op alle zes de tafels mijn studieboeken. Zo schoof ik van tafel naar tafel, van vak naar vak. Na een hele dag natuurkunde, aardrijkskunde en engels, was mijn hoofd nog steeds niet vol. 's Avonds in mijn kooi las ik de oude zenboeken van mijn vader, die ik niet begreep, maar die een onbedwingbare aantrekkingskracht op me hadden. Mijn mentor vond studeren iets waar je 'uit kon raken'; daar kon ik mij niets bij voorstellen.
Na mijn reis door het Caribisch gebied en India besloot ik Sociale Geografie te studeren. Vol goede moed en en een gezonde portie nieuwsgierigheid stapte ik dat hoge gebouw in, waar ik nu op uit kijk.
Na anderhalf jaar rende ik er overspannen en gedesillusioneerd weer uit. Ik had veel, heel veel, gelezen. Maar niets geleerd. De universiteit was een middelbare school in het kwadraat. Het was blokken, blokken, blokken. En dat kan ik goed. Te goed.
Na mijn propedeuse jaar zat ik helemaal vast in mijn hoofd. Mijn hoofd zat zo vol met kennis, dat het er allen nog maar als tranen uit kon komen. Van mijn creativiteit werd weinig gevraagd. Ik hoefde alleen maar te herhalen wat anderen gezegd en bedacht hadden. Maar daarvoor zat ik toch niet in die hoge toren der wijsheid? Klopte het dan toch wat mijn mentor had gezegd, was ik uit het leerritme? Had ik nooit de wereldzee op moeten gaan om mijn hoofd leeg te laten waaien? Al die woorden en theorieën pasten er niet meer in.
Ik stopte met mijn studie en bezocht kloosters in India, Nepal, Tibet. Ik oefende mezelf er in om mijn hoofd leeg te maken, niet nog voller. Ik deed praktische opleidingen, de zeevaartschool en journalistiek. Werkte met mijn handen. Ging schrijven. Zocht naar de vervulling die ik in de wetenschap (in mijn hoofd) niet kon vinden.
En nu, 12 jaar later, run ik mijn kleine bedrijf in woorden. Op diezelfde Uithof.
Het doet iets met mij. Dit uitzicht op die vierkante grijze panden. Het maakt van mijn atelier een kantoor. Sinds ik hier werk, denk ik weer. Dat heb ik sinds de middelbare school en die paar jaren universiteit niet meer echt gedaan. Boeken liggen op mijn tafels, ik schuif van mindfulness-studieboek naar wetenschappelijk artikel over de hersenen. Peins aan de hand van de Writer's Journey over de beste structuur voor mijn boek. Voel me soms meer een wetenschapper dan een kunstenaar.
Maar deze keer is het anders dan school. Ik kom niet meer vast te zitten in dat hoofd. Want ik weet dat ik ook twee handen, voeten en een hart heb. En dat er een wereld buiten de Universiteit bestaat.
Een paar weken terug fietste ik van een studentenhuis in Zuilen, waar ik een creatieve schrijfworkshop had gegeven, terug naar mijn kantoor. Ik voelde me tevreden met mijn werk. Blij dat ik die overvolle hoofden van die studenten met wat hartelijke, creatieve wijsheid kon voeden.
En toen, opeens, vlogen er laserstralen in zeven kleuren door de nachtelijke hemel. Ze kwamen uit die vervloekte kennisflat. In een rechte lijn liepen ze over mijn hoofd en achter mij zag ik ze landen op de Dom, in het hart van de stad.
Het is een prachtige metafoor voor mijn schrijven. Deze regenboog tussen de Uithof en de Dom. De taal is de laserstraal tussen mijn hoofd en mijn hart.
Pas nu, nu ik weet dat ik naast mijn hoofd ook een hart heb, kan ik werkelijk met mijn intellect aan de slag. Intelligentie huist namelijk niet alleen in het hoofd. Daar wordt ze dor. Maar als je de verbinding maakt tussen kennis en gevoel, tussen boeken en de wereld, dan ontstaat creativiteit.
Hier in mijn atelier op de Uithof leer ik te zien dat wetenschap een vorm van kunst is en dat het leer- en denkproces om creativiteit vraagt. Ik ben inderdaad uit het schoolse leerritme geraakt. Maar in een nieuw leerritme. En daarbij is niet mijn middelbare schoolmentor mijn gids, maar mijn pen.
Posts tonen met het label hersenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hersenen. Alle posts tonen
donderdag 7 april 2011
dinsdag 29 maart 2011
Het begint in je hoofd
Uit 'De kraai' van Kader Abdolah (boekenweekgeschenk)
'Als ik naar al die boeken kijk, verlies ik de moed. De meesters hebben al over alles geschreven, ze hebben geen ruimte voor mij overgelaten. Wat ik ook schrijf, ik blijf altijd in hun schaduw staan.'
Oom Djalal was een levensgenieter, hij zei: 'Ach jongen, je hoeft niet per se schrijver te worden; er zijn genoeg andere dingen te doen in het leven.'
'Ik wil niets anders,' antwoordde ik.
'Dan zal ik je iets leren,' zei hij zacht. ' Luister, ik heb bijna alle Perzische klassieken gelezen. De oude meesters beweren allemaal dat God een stuk van zichzelf in de mens heeft achtergelaten toen hij hem maakte. Hij heeft de mens een van zijn machtigste eigenschappen gegeven en dat is de kracht van de verbeelding. Het is een geheim waartoe alleen nobele mensen toegang hebben. Dus, jongeman, bedenk iets en maak het mogelijk. God heeft hetzelfde gedaan. Hij dacht aan een mens en hij maakte de mens. Hij dacht aan een zon en hij maakte de zon. Dat is het geheim.'
'Wat moet ik dan bedenken,' vroeg ik.
' Probeer je voor te stellen dat je het eerste exemplaar van je eerste boek in handen hebt en dat je van geluk je gezicht tussen de bladzijden drukt en de geur opsnuift. Begrijp je wat ik bedoel?'
'Ja, ik bedoel, nee, niet helemaal,'
'Neem Mohammad, de profeet, als voorbeeld. Hij was analfabeet, maar hij had een groot boek voor ogen. Hij kon zelf niet schrijven, maar hij hield mensen op straat staande en vertelde erover, hij vertelde over zijn boek. Zo schiep hij een groot boek zonder zelf een woord te schrijven. Anderen deden dat voor hem.'
Ik lachte: 'Oom, wat zegt u nu allemaal?'
'Het helpt ook in de liefde, maar vertel het niet aan je vader. Ik hou van mooie vrouwen en ik krijg wie ik ook maar wil.'
'Oom, u moet zulke dingen niet zeggen.'
'Luister,' zei hij serieus, 'je moeten weten hoe en waar je ze wilt hebben. Alles moet eerst hier plaatsvinden.' Hij tikte met zijn vinger tegen zijn hoofd.
Toen we bijna thuis waren, fluisterde hij: 'Niet vergeten: in je hoofd.'
'Als ik naar al die boeken kijk, verlies ik de moed. De meesters hebben al over alles geschreven, ze hebben geen ruimte voor mij overgelaten. Wat ik ook schrijf, ik blijf altijd in hun schaduw staan.'
Oom Djalal was een levensgenieter, hij zei: 'Ach jongen, je hoeft niet per se schrijver te worden; er zijn genoeg andere dingen te doen in het leven.'
'Ik wil niets anders,' antwoordde ik.
'Dan zal ik je iets leren,' zei hij zacht. ' Luister, ik heb bijna alle Perzische klassieken gelezen. De oude meesters beweren allemaal dat God een stuk van zichzelf in de mens heeft achtergelaten toen hij hem maakte. Hij heeft de mens een van zijn machtigste eigenschappen gegeven en dat is de kracht van de verbeelding. Het is een geheim waartoe alleen nobele mensen toegang hebben. Dus, jongeman, bedenk iets en maak het mogelijk. God heeft hetzelfde gedaan. Hij dacht aan een mens en hij maakte de mens. Hij dacht aan een zon en hij maakte de zon. Dat is het geheim.'
'Wat moet ik dan bedenken,' vroeg ik.
' Probeer je voor te stellen dat je het eerste exemplaar van je eerste boek in handen hebt en dat je van geluk je gezicht tussen de bladzijden drukt en de geur opsnuift. Begrijp je wat ik bedoel?'
'Ja, ik bedoel, nee, niet helemaal,'
'Neem Mohammad, de profeet, als voorbeeld. Hij was analfabeet, maar hij had een groot boek voor ogen. Hij kon zelf niet schrijven, maar hij hield mensen op straat staande en vertelde erover, hij vertelde over zijn boek. Zo schiep hij een groot boek zonder zelf een woord te schrijven. Anderen deden dat voor hem.'
Ik lachte: 'Oom, wat zegt u nu allemaal?'
'Het helpt ook in de liefde, maar vertel het niet aan je vader. Ik hou van mooie vrouwen en ik krijg wie ik ook maar wil.'
'Oom, u moet zulke dingen niet zeggen.'
'Luister,' zei hij serieus, 'je moeten weten hoe en waar je ze wilt hebben. Alles moet eerst hier plaatsvinden.' Hij tikte met zijn vinger tegen zijn hoofd.
Toen we bijna thuis waren, fluisterde hij: 'Niet vergeten: in je hoofd.'
donderdag 24 maart 2011
Aandachtig loslaten
Mark Mieras (hersonderzoeker):
'Als je naar de hersenen kijkt, is creativiteit vooral loslaten. Mensen die creatieve arbeid verrichten verstaan de kunst om bepaalde hersencentra uit te schakelen. Het is dus niet zo dat je een creatief centrum in je brein hebt dat je sterker kan maken.
Creatief zijn is aandachtig niet je best doen. Je moet er wel volledig bij zijn. Het vraagt de volledige inzet van je brein, maar zonder dat je je best doet zoals je dat op school hebt geleerd. Waarbij je jezelf dwingt in een vaste route te denken. Het is aandachtig loslaten. Je moet eigenlijk afleren om niet creatief te zijn.'
Zie ook het tweede filmpje in de videobalk.
'Als je naar de hersenen kijkt, is creativiteit vooral loslaten. Mensen die creatieve arbeid verrichten verstaan de kunst om bepaalde hersencentra uit te schakelen. Het is dus niet zo dat je een creatief centrum in je brein hebt dat je sterker kan maken.
Creatief zijn is aandachtig niet je best doen. Je moet er wel volledig bij zijn. Het vraagt de volledige inzet van je brein, maar zonder dat je je best doet zoals je dat op school hebt geleerd. Waarbij je jezelf dwingt in een vaste route te denken. Het is aandachtig loslaten. Je moet eigenlijk afleren om niet creatief te zijn.'
Zie ook het tweede filmpje in de videobalk.
woensdag 23 maart 2011
De hersenpan van de schrijver
Met de pen maak je niet alleen contact met de lezer, maar ook met je hersenen.
Tijdens mijn opleiding tot mindfulness trainer heb ik veel artikelen gelezen over de invloed van meditatie op de hersenen. Door na te denken over de manier waarop onze bovenkamer werkt, krijg ik ook nieuwe inzichten over schrijven. Daardoor begrijp ik beter, wat ik eigenlijk al wist – schrijven heeft een positief en sterk effect op de persoonlijke ontwikkeling.
Neem nu bijvoorbeeld een artikel dat in de Ode met het thema 'Lees en genees' van oktober 2010 stond.
Hierin werd een Amerikaans hersenonderzoek aangehaald dat een wonderlijk verband legt tussen woorden en de neurologische grondslag van emotionele trauma’s.
Het zit ongeveer zo: mensen met een posttraumatische stoornis zien hun traumatische herinnering steeds als een beeld of al een film voorbij komen. De zogenaamde visuele cortex is overactief. Maar het hersencentrum dat spraak produceert is gedeactiveerd. En daardoor lijkt de herinnering niet te kunnen samen gaan met woorden.
Het trauma is een zich steeds herhalende stomme film. Het ‘ondertitelen’ van deze traumatische herinnering, kan in het brein een verschuiving van het evenwicht te weeg brengen. De impact van de ongecontroleerde emoties wordt daardoor minder.
De taal kan dus als een hogedrukventiel werken. Door woorden te geven aan iets waar je eerst geen woorden voor had, haal je de druk van de hersenpan.
Tijdens mijn opleiding tot mindfulness trainer heb ik veel artikelen gelezen over de invloed van meditatie op de hersenen. Door na te denken over de manier waarop onze bovenkamer werkt, krijg ik ook nieuwe inzichten over schrijven. Daardoor begrijp ik beter, wat ik eigenlijk al wist – schrijven heeft een positief en sterk effect op de persoonlijke ontwikkeling.
Neem nu bijvoorbeeld een artikel dat in de Ode met het thema 'Lees en genees' van oktober 2010 stond.
Hierin werd een Amerikaans hersenonderzoek aangehaald dat een wonderlijk verband legt tussen woorden en de neurologische grondslag van emotionele trauma’s.
Het zit ongeveer zo: mensen met een posttraumatische stoornis zien hun traumatische herinnering steeds als een beeld of al een film voorbij komen. De zogenaamde visuele cortex is overactief. Maar het hersencentrum dat spraak produceert is gedeactiveerd. En daardoor lijkt de herinnering niet te kunnen samen gaan met woorden.
Het trauma is een zich steeds herhalende stomme film. Het ‘ondertitelen’ van deze traumatische herinnering, kan in het brein een verschuiving van het evenwicht te weeg brengen. De impact van de ongecontroleerde emoties wordt daardoor minder.
De taal kan dus als een hogedrukventiel werken. Door woorden te geven aan iets waar je eerst geen woorden voor had, haal je de druk van de hersenpan.
Abonneren op:
Posts (Atom)
