Dit heb ik geschreven tijdens het 'Grijze Schrijfcafe' van 2 februari in het LHC:
Grijs maakt mij zacht.
Althans, dat zeggen anderen.
Na mijn tiendaagse retraite in India zeiden drie andere deelnemers dat ik er zo mooi uitzag op de dag dat ik grijs droeg.
Ik was er niet per se blij mee. Ik heb grijs altijd een saaie non-kleur gevonden. Ik ben meer van de felle kleuren.
Ik sloeg mijn nieuwe grijze zijden sjaal om en keek in de spiegel. Ik keek niet zozeer naar mezelf. Meer naar die sjaal.
Ik zag in dat glimmende grijs een dame op leeftijd, die zichzelf serieus neemt. Zij wordt niet gezien omdat ze schreeuwt 'kijk hoe fel en opvallend en jong ik ben' - zoals miss Pink dat doet.
Nee, Lady Grey doet juist een stapje achteruit. Maar toch is ze aanwezig. Aanwezig in haar rijpheid. Grijze rijpe stijl.
En dat maakt dus zacht. Die kleur, die zegt: 'Ik ben er wel, maar dat hoef ik niet te bewijzen.'
Toen keek ik naar mijn eigen gezicht. Nam zij iets van die grijze stijl over? Ik zag de kraaienpootjes rondom mijn ogen. Een subtiele glimlach. Mijn ogen hadden een grijze gloed en waren minder fel blauw dan normaal. En tja, misschien kon je dat wel zacht noemen.
Lady Grey deed iets met mij, zonder dat ik het doorhad. Grijs maakt je rijp. En dat vind ik een aangename gedachte. Dat veroudering, vergrijzing niet verhardt 'Ik ken de slagen van de zweep', maar juist kan verzachten. 'Ik ken deze plek. Ik ben hier thuis. Ik weet wie ik ben.'
Ik ga toch maar meer grijs dragen.
maandag 4 februari 2013
zaterdag 22 december 2012
Chai en meeuwen
Op 21 december 2012 zit ik aan de oevers van de Ganges om de zon te verwelkomen. Die opkomt zoals ze elke dag opkomt, maar vandaag net even anders dan normaal. Ze staat in een lijn met het centrum van de Melkweg. Het is windstil, het water vlak. De meeuwen, die hier nog niet zo lang leven en waarvan de Indiërs net zo enthousiast worden (‘Look, Siberian birds!’) als wij van de apen op het dak, zweven hoog in de lucht.
De zon komt op uit de mist, perfect rond en knalroze. Ze balanceert, heel symbolisch op het puntje van een radiomast aan de overkant. Ze zendt signalen uit vanuit het centrum van de Melkweg. Ze geeft vandaag een vleugje melk mee. Romige galactische melk, als de buffelmelk van Varanasi, waarvan ze volle vette lassi’s maken op de Lanka Crossing, niet ver van mijn huis.
Gisteren grapten we dat de enorme hoeveelheid chai die we hier drinken, ons beschermt tegen alle uitlaatgassen en crematieassen van deze stad. Dat ze een slijmlaagje vormt in onze keel, slokdarm en luchtwegen zodat al het vuil niet hecht.
Ik verwelkom de melk als nieuwe beschermingslaag, zodat ik het staal, al vroeg om mijn romp gebouwd, kan laten gaan.
Melk als iets dat zacht is, maar toch beschermt. Dat dat tegelijkertijd kan bestaan. Zachtheid en bescherming. Dat is voor mij de nieuwe wereld.
De zon verandert van roze in goud. We drinken chai op de blauw houten roeiboot, uit witte porseleinen kopjes en uit een thermoskan waar in Hindi letters ‘Ganga’ op staat. Melkig gangawater. Water dat oud leven kan weg voeren en nieuw water kan aanvoeren uit de Himalaya. Shiva, mijn Indiase zus, vertelt me dat chai in het Hindi een vrouwelijk woord is.
En in deze nieuwe melkwereld word ik zelf chai. Een 'chai-ini'.
Gemaakt van Nederlandse koeienmelk vermengd met Indiase buffelmelk.
Laatst bedacht ik me dat ik in mijn leven vooral bezig ben om India te delen. Ik deel mijn meditatie-ervaring die ik hier heb opgedaan, mijn schrijfervaringen, de verhalen die ik in kleine steegjes heb gevonden. De warmte die ik hier heb gevonden.
Nu ik in India ben, met mijn Nederlandse vriendinnen in mijn Indiase familie, is dat opeens heel erg duidelijk. Gisteren zaten we op het groene platte dak op een picknickkleed en aten met onze handen van de overheerlijke curry van Mama-ji. Vier Nederlandse zusters en twee Indiase. Indiase ouders. Een nieuwe wereld waarin uitersten samen kunnen komen. Yin, yang. Waarin meeuwen cirkelen boven het heilige water van de Ganges en opeens ook heilig worden. De Indiërs roepen hen tussen hun gebed door aan, alsof ze goden zijn ’Come, come!’. Handelaars verkopen op kleine bootjes meeuwenvoer, die mama-ji enthousiast in de lucht gooit. Dat wat wij als een last ervaren, wordt hier heilig.
Dit India wil ik delen. Mijn elixer is chai. Met dit zoete, stevige en opwekkende drankje in mijn aderen wil ik wakker worden, zacht worden en zoet maken. Chai helpt om te verteren wat te zwaar op de maag ligt. Om met andere ogen naar de wereld te kijken en meeuwen te zien als melkwitte goden.
Nu, heel even, op dit kruispunt van twee snijvlakken - die van ons zonnestelsel en die van de Melkweg- kan deze universele chai stromen. Voel ik me een chai-ini. De zon staat hoog, het wordt warm. Wij pakken de pennen weer op en schrijven verder.
De zon komt op uit de mist, perfect rond en knalroze. Ze balanceert, heel symbolisch op het puntje van een radiomast aan de overkant. Ze zendt signalen uit vanuit het centrum van de Melkweg. Ze geeft vandaag een vleugje melk mee. Romige galactische melk, als de buffelmelk van Varanasi, waarvan ze volle vette lassi’s maken op de Lanka Crossing, niet ver van mijn huis.
Gisteren grapten we dat de enorme hoeveelheid chai die we hier drinken, ons beschermt tegen alle uitlaatgassen en crematieassen van deze stad. Dat ze een slijmlaagje vormt in onze keel, slokdarm en luchtwegen zodat al het vuil niet hecht.
Ik verwelkom de melk als nieuwe beschermingslaag, zodat ik het staal, al vroeg om mijn romp gebouwd, kan laten gaan.
Melk als iets dat zacht is, maar toch beschermt. Dat dat tegelijkertijd kan bestaan. Zachtheid en bescherming. Dat is voor mij de nieuwe wereld.
De zon verandert van roze in goud. We drinken chai op de blauw houten roeiboot, uit witte porseleinen kopjes en uit een thermoskan waar in Hindi letters ‘Ganga’ op staat. Melkig gangawater. Water dat oud leven kan weg voeren en nieuw water kan aanvoeren uit de Himalaya. Shiva, mijn Indiase zus, vertelt me dat chai in het Hindi een vrouwelijk woord is.
En in deze nieuwe melkwereld word ik zelf chai. Een 'chai-ini'.
Gemaakt van Nederlandse koeienmelk vermengd met Indiase buffelmelk.
Laatst bedacht ik me dat ik in mijn leven vooral bezig ben om India te delen. Ik deel mijn meditatie-ervaring die ik hier heb opgedaan, mijn schrijfervaringen, de verhalen die ik in kleine steegjes heb gevonden. De warmte die ik hier heb gevonden.
Nu ik in India ben, met mijn Nederlandse vriendinnen in mijn Indiase familie, is dat opeens heel erg duidelijk. Gisteren zaten we op het groene platte dak op een picknickkleed en aten met onze handen van de overheerlijke curry van Mama-ji. Vier Nederlandse zusters en twee Indiase. Indiase ouders. Een nieuwe wereld waarin uitersten samen kunnen komen. Yin, yang. Waarin meeuwen cirkelen boven het heilige water van de Ganges en opeens ook heilig worden. De Indiërs roepen hen tussen hun gebed door aan, alsof ze goden zijn ’Come, come!’. Handelaars verkopen op kleine bootjes meeuwenvoer, die mama-ji enthousiast in de lucht gooit. Dat wat wij als een last ervaren, wordt hier heilig.
Dit India wil ik delen. Mijn elixer is chai. Met dit zoete, stevige en opwekkende drankje in mijn aderen wil ik wakker worden, zacht worden en zoet maken. Chai helpt om te verteren wat te zwaar op de maag ligt. Om met andere ogen naar de wereld te kijken en meeuwen te zien als melkwitte goden.
Nu, heel even, op dit kruispunt van twee snijvlakken - die van ons zonnestelsel en die van de Melkweg- kan deze universele chai stromen. Voel ik me een chai-ini. De zon staat hoog, het wordt warm. Wij pakken de pennen weer op en schrijven verder.
donderdag 6 december 2012
India als tweede huid
Ik ben aan het ontvellen
Mijn droge winterhuid valt er af.
Tijdens het reizen van Nederland naar India zag ik in het confronterende tl licht van de vliegveldtoiletten hoe droog mijn huid is.
Ik had een uitgedroogde huid van de droge winterlucht, de te droge verwarmingslucht. De droge vliegtuiglucht maakte het er niet beter op. In Parijs liep ik tussen mijn verbindende vluchten een apotheek binnen om vochtregulerende creme te kopen. Maar wat ik eigenlijk nodig had was India.
Indiase tropenlucht heb ik nodig.
Tropisch water om mijn Nederlandse dijken door te breken.
Om mijn drooggelegde poldergronden te irrigeren.
Huilen is vaak de eerste stap van mijn irrigatieproces. Een paar afscheids- en eenzame aankomsttranen om mijn grond te bewateren.
Ik ontvel. Schilfertje voor schilfertje vallen alle plannen, mijn lange werkdagen achter de computer, de extreme gefocustheid van me af.
Ik val opnieuw binnen mijn eigen huid. Een vochtige huid. Een Indiase huid. Ik was vergeten hoe goed die me past. Maar als ik op mijn eerste dag India vier uur in de trein zit, tussen schreeuwende mannen, huilende vrouwen, starende kinderen, voorbij razende rijstvelden en scharrelende varkens is het net alsof ik nooit ben weg geweest. India past me als een tweede huid. Alle Nederlandse angst ‘van durf ik dat wel meteen op de eerste dag?’ valt van me af.
De hele reis heb ik niet geschreven. Niet gelezen. Maar gewoon gezeten. Gekeken. Gedommeld. Gezeten in een open gewaarzijn, dat waar de Indiers zo goed in zijn. In mijn Nederlandse huid leef ik bij de gratie van focus. Ik focus me op woorden. Op mijn telefoon. Op mijn agenda. Nu liet ik met mijn winterhuid mijn focus gaan.
Mijn huid viel ruimer. Niet zo strak om de schouders, rondom de ogen. De eerste droogte was er uit.
Een huid waarin ik even niets kan doen. Een huid die niet hoeft te beschermen. Te bedijken. Maar die door kan laten. Terwijl ik wel geworteld ben, omhuid ben in mezelf. Thuis in een doorlaatbare huid.
Zo doorlaatbaar dat ik geirrigeerd kan worden door India. Dat ik mijn hart kan laten bewateren door de lachende vrouw naast me die een chai met me deelt. Door de saddhu’s die slapen op het station waar vroeger Krishna liep. Door de man die opspringt en de starende jongens rondom mij wegjaagt. Door mijn Indiase vriendin die ik na jaren weer zie, maar waarmee ik klets alsof we elkaar elke dag spreken.
Zelfs bewaterd door mijn yogamat die bij aankomst opeens mysterieus verdwenen is. Het is oke. Ik koop wel een nieuwe. Ik zit ruim in mijn rekbare yogahuid.
En in deze huid, merk ik nu, staat de lyrische dichteres weer op. Hier heeft zij op gewacht. Dat de droge grond, waarop de journalist, de ondernemer en de docent zo goed gedijen, onder water loopt. Zo dat zij kan drijven, spiegelen, dromen en dichten.
Welkom terug in mijn ruime huid. Welkom in mijn lyriek.
Mijn droge winterhuid valt er af.
Tijdens het reizen van Nederland naar India zag ik in het confronterende tl licht van de vliegveldtoiletten hoe droog mijn huid is.
Ik had een uitgedroogde huid van de droge winterlucht, de te droge verwarmingslucht. De droge vliegtuiglucht maakte het er niet beter op. In Parijs liep ik tussen mijn verbindende vluchten een apotheek binnen om vochtregulerende creme te kopen. Maar wat ik eigenlijk nodig had was India.
Indiase tropenlucht heb ik nodig.
Tropisch water om mijn Nederlandse dijken door te breken.
Om mijn drooggelegde poldergronden te irrigeren.
Huilen is vaak de eerste stap van mijn irrigatieproces. Een paar afscheids- en eenzame aankomsttranen om mijn grond te bewateren.
Ik ontvel. Schilfertje voor schilfertje vallen alle plannen, mijn lange werkdagen achter de computer, de extreme gefocustheid van me af.
Ik val opnieuw binnen mijn eigen huid. Een vochtige huid. Een Indiase huid. Ik was vergeten hoe goed die me past. Maar als ik op mijn eerste dag India vier uur in de trein zit, tussen schreeuwende mannen, huilende vrouwen, starende kinderen, voorbij razende rijstvelden en scharrelende varkens is het net alsof ik nooit ben weg geweest. India past me als een tweede huid. Alle Nederlandse angst ‘van durf ik dat wel meteen op de eerste dag?’ valt van me af.
De hele reis heb ik niet geschreven. Niet gelezen. Maar gewoon gezeten. Gekeken. Gedommeld. Gezeten in een open gewaarzijn, dat waar de Indiers zo goed in zijn. In mijn Nederlandse huid leef ik bij de gratie van focus. Ik focus me op woorden. Op mijn telefoon. Op mijn agenda. Nu liet ik met mijn winterhuid mijn focus gaan.
Mijn huid viel ruimer. Niet zo strak om de schouders, rondom de ogen. De eerste droogte was er uit.
Een huid waarin ik even niets kan doen. Een huid die niet hoeft te beschermen. Te bedijken. Maar die door kan laten. Terwijl ik wel geworteld ben, omhuid ben in mezelf. Thuis in een doorlaatbare huid.
Zo doorlaatbaar dat ik geirrigeerd kan worden door India. Dat ik mijn hart kan laten bewateren door de lachende vrouw naast me die een chai met me deelt. Door de saddhu’s die slapen op het station waar vroeger Krishna liep. Door de man die opspringt en de starende jongens rondom mij wegjaagt. Door mijn Indiase vriendin die ik na jaren weer zie, maar waarmee ik klets alsof we elkaar elke dag spreken.
Zelfs bewaterd door mijn yogamat die bij aankomst opeens mysterieus verdwenen is. Het is oke. Ik koop wel een nieuwe. Ik zit ruim in mijn rekbare yogahuid.
En in deze huid, merk ik nu, staat de lyrische dichteres weer op. Hier heeft zij op gewacht. Dat de droge grond, waarop de journalist, de ondernemer en de docent zo goed gedijen, onder water loopt. Zo dat zij kan drijven, spiegelen, dromen en dichten.
Welkom terug in mijn ruime huid. Welkom in mijn lyriek.
maandag 26 november 2012
Natuurlijke structuur
Mijn ervaringen in Italie heb ik verder uitgewerkt in mijn blog op Boekschrijven.nl 'Ontdek de natuurlijke structuur van jouw boek'
Het gaat over bergen beklimmen, uitzicht, het zoeken naar structuur en over te hard je best doen om er eentje te vinden...
Het gaat over bergen beklimmen, uitzicht, het zoeken naar structuur en over te hard je best doen om er eentje te vinden...
maandag 24 september 2012
Nieuwe regels in Italie
Bij het jurkje dat ik kocht in Italië, kreeg ik een postkaart. Daarop stond:
Invent your own rules.
Dat was precies wat wij in Toscane deden. Onze eigen regels maken. Met vier mensen zaten wij in een eeuwenoud huis, we kenden elkaar nauwelijks. En na een dag begonnen we te zwijgen, niet omdat we elkaar niet leuk vonden, integendeel, maar omdat we behoefte hadden aan stilte.
Nu heb ik al heel wat stilteweken gevolgd en geleid, maar dit was anders. Er was geen schema, geen leraar, geen managers. We waren vier mensen die besloten om samen stil te zijn op een berg in Toscane.
Dus zwegen we tijdens het eten, tussen de dikke 18e eeuwse bergen.
Zwegen we terwijl we op het strand aan de Middellandse zee lagen.
Zwegen we terwijl we in de auto zaten en door de haarspeldbochten reden.
We mediteerden in een klein, katholiek kapelletje die aan het huis vast zat.
We mediteerden in het hooi met uitzicht over de vlakte.
En aan de zee, terwijl om ons heen oude Italiaanse vrouwen kletsten en Italiaanse mannen hun waarheid oreerden.
Af en toe spraken we. Omdat er geen regels waren, geen vooropgezet schema, moesten we af en toe overleggen. Maar niet vaak.
We draaiden de wereld om. Stilte werd normaal, spreken de uitzondering.
Naar binnen gekeerd zijn was de basis, af en toe traden we naar buiten.
De regel werd anders. In de regel praat ik en ben ik met anderen bezig. Nu was ik in de regel stil en naar binnen gekeerd.Het was een nieuwe, verfrissende werkelijkheid. Met regels die meer ruimte gaven aan mijn binnenwereld.
Het is spannend: iets doen waarvan je ook niet zo goed weet hoe dat moet. Stilzwijgend vakantievieren met onbekenden. Dat heeft iets rauws. Soms heerlijk, soms beladen, soms ongemakkelijk.
Maar die ongemakkelijkheid liet mij zien dat het vernieuwend was. We braken uit onze comfortzone - want dat is de plek waar je nieuwe regels maakt. Net buiten de grens van wat normaal - en dus gemakkelijk- is.
Disconnect, let's get lost, breathe, dream, feel free, find yourself.
Dat stond ook op de postkaart.
Find yourself in new rules. Ik vond mezelf in een nieuw Italiaanse jurkje waarmee ik zwijgend door de straten van Pietrasanta flaneerde. Ik was mijn wandelende nieuwe regel. Een scheve regel, niet zo recht omlijnd, een toren van Pisa.
In de wereld, op vakantie en tegelijkertijd volledig aanwezig in de stilte.
vrijdag 31 augustus 2012
Siesta- schrijven
Onderstaande tekst had ik geschreven voor de Wonder-Word-Schrijfweek in de Ardeche. Het was de introductie van een week siesta-schrijven...
Siësta-schrijven
Laat de hitte je helpen bij het schrijven. Schrijf sloom en traag als de Ardèche in haar onderstroom. Drijf mee met die brede rivier in haar zomerse tempo. Laat de warmte in je lijf trekken. Schrijf siësta. Schrijf met half open ogen. Schrijf dommelend. Schrijf dat je zonder echt weet wat je schrijft.
Frans worden
Laat je hoofd vaag worden, Frans worden. Ze hoeft niet langer polder, recht toe recht aan, overzichtelijk en gestructureerd te zijn. Ze mag Frans worden, met kronkelwegen, haarspeldbochten, zo scherp dat je niet ziet wat er om de hoek is. Ze mag een oud vervallen huis worden, met kieren tussen de stenen. Laat deze plek je helpen om in de onontgonnen creatieve Ardèche in jou te reizen.
Creatieve slaap
Zet de pen op papier zoals je ’s middags in de hangmat gaat liggen, niets hoeft. Sluit je ogen en wees ontvankelijk voor de beelden die komen. Stephen King noemt het schrijven een ‘creatieve slaap’. Sluit je ogen en sta je geest toe om uit zijn dagelijkse humpdiedumpie gedachtestroom te komen. Laat de droomwereld toe. Slaap schrijvend, terwijl je net wakker genoeg bent om te noteren wat je ziet.
Schrijven is archeologisch werk
Stephen King noemt het schrijven ook het opgraven van een skelet of een oud gebouw, hij noemt het archeologisch werk. Een verhaal is niet iets dat je met heel moeite en zweet opbouwt, maar iets dat je met liefde, geduld en aandacht opgraaft uit je onderbewuste. Zachtjes met de pen over het papier glijden om te zien wat er net onder de oppervlakte leeft.
Siësta-meditatie
En probeer ook op die manier meditatie te benaderen. Als een zorgzaam, archeologisch onderzoek. Wat ligt er net onder de oppervlakte van de gedachtestroom? Wat gebeurt er als je even stil blijft zitten bij de adem, een gedachte, een geluid? Niet om iets te ontdekken of om iets te veranderen, verwijderen of te begrijpen – maar om te zien wat er net onder de oppervlakte ligt. Welke stilte ligt er onder geluid? Welke gedachte ligt er onder de andere? Welke sensatie zit er in de ademhaling?
Controle loslaten
Mediteren met halfopen ogen. Niet mediteren om te controleren, maar mediteren zoals je je overgeeft aan de warmte, aan de hangmat. Je hoeft niet alles helder te zien. Je hoeft geen leeg hoofd te hebben. Misschien gaan siesta-meditatie en siesta-schrijven er vooral over dat je de controle loslaat. Zowel schrijven als mediteren gaan niet over controle – ook al denken we dat wel vaak als we beginnen.
Renate Dorrestein noemt dat de grootste beginnersfout. Dat je als schrijver denkt dat je construeert en alles onder controle moet houden, dat je moet zweten, bouwen, sturen.
Zo relaxed als de was
Ik moet toegeven dat siesta schrijven voor mij als nuchtere, hardwerkende Groninger niet altijd makkelijk is geweest. Ik vind het moeilijk om me aan loomheid over te geven. Daar had ik India voor nodig. Ik herinner me een meditatie-retraite in Zuid-India waar ik stiekem in de bosjes schreef, omdat je eigenlijk niet mocht schrijven. Alleen mijn lerares Jaya wist daarvan. Vanaf mijn plek tussen de papayabomen en bamboeplanten zag ik de waslijn met de kleurrijke kleren van de yogi’s. Ze wapperden zachtjes op de tropenbries. Ik zette mijn pen op papier en keek onder de oppervlakte van mijn onrust. Ik schreef: ‘ I want to be as relaxed as the laundry.’
Beweging in je schrijven
Siësta schrijven is geen stilstand. Geen dode, zware, hete lucht waarin je niets kan. Nee, het is juist dat zachte briesje dat verlichting brengt. De pen die beweging in de geest brengt, zonder dat het de loomheid weghaalt. De pen die een tipje van de sluier oplicht, zodat je kan zien wat er onder de oppervlakte schuilt. Zodat je heel even die wapperende was kan zijn, kleurrijk en snel droog.
Geef de pen de pet
Je hoeft met je schrijven nergens aan te komen. Je hoeft met je meditatie niets te onthullen. Sluit je ogen, volg je pen, volg je adem, sta open voor wat er is. Verzet je niet tegen loomheid, vaagheid, woorden die onzin lijken, meditaties die op een slaap lijken. Maar vertrouw op het creatieve proces dat en langzaam en soms fris en snel als de Ardèche in je zal sijpelen. Als jij maar een stapje opzij zet en de controle loslaat. Geef de pen de pet. Deze week is zij de baas.
woensdag 8 augustus 2012
Zomerse schrijftip
In mijn nieuwste blog op boekschrijven.nl schrijf ik over het verrassende en kalmerende effect van het schrijven in een andere taal. Schrijf deze zomer eens in het Frans, Spaans, Engels of Duits. Je zal zien dat je dan op een hele andere, en vaak vrijere, manier gaat schrijven.
Abonneren op:
Posts (Atom)

